Archief
Raadsels
Gisteren een kip zien sterven. Naast de voerbak. In het hok. Zijn medebewoners tokkelden er rustig om heen. Dacht even dat ze hem nog toe zouden takelen. Net als het konijn dat vorige week haar kinderen opvrat. De dood zit vol raadsels.
27/07/2010Verwaarlozing
Ik heb u als trouwe bloglezer schandelijk verwaarloosd. Zonder opgaaf van reden ben ik afwezig geweest. Ik had u wellicht, zoals zovelen, keurig op de hoogte moeten stellen van mijn afwezigheid. Maar het vreemde wil, ik was ook niet op de hoogte van deze plosteling ontstane vakantie. De leegte (vakantie komt van vacance en betekent leeg) heeft zich als het ware vanzelf aan mij opgedrongen. Vreemd niet, niet, dat een afwezigheid zichzelf leven inblaast. Of misschien heb ik zojuist wel de ultieme vakantie beleefd, zonder dat ik het wist. Ik hoop niet dat u zich verwaarloosd voelt. Als dat wel zo is, ben ik zeer benieuwd naar wat u dan precies voelt. In welke zin u zich bedonderd voelt door mijn stilte. Misschien wordt deze ongeplande stilte, dan toch nog vruchtbaar. Overigens Noem het liefde vindt haar weg ook in dromenland, Lisette Thooft, die mij interviewde voor VolZin (interview verschijnt in de volgende editite) droomde over de roman.
19/07/2010Dwalen
Dwaalt u nog wel eens? Zomaar wat rond lopen of fietsen of rijden zonder te weten waarheen u gaat? Of lukt u dat niet meer? U hebt immers uw i-phone, tomtom of dan op zijn minst een kaart bij zich. Toch kan ik het u aanraden. Ga eens op weg zonder enige vorm van leidraad. U zult zien, ik lieg niet, u ziet ineens meer. Meer van de weg, de bomen of uw medestadbewoners. U hoort meer, u ruikt meer. Simpelweg omdat u niets anders doet dan wat ronddwalen. Zonder doel, zonder richting, zonder plattegrond. U heeft plotseling ook alle tijd. Er is immers niemand die op u wacht. Misschien zou ronddwalen in het leven ook iets op kunnen leveren. De plattegrond die we menen te kennen van ons leven is wat het is, te plat. Je valt er altijd vanaf. Nanne en Magda in Noem het liefde worstelen ook voortdurend met hun plattegrond. Ze komen pas werkelijk tot leven als ze er vanaf vallen. Willen we werkelijk leven dan moeten we misschien meer dwaalmomenten inrichten. Tijd om zomaar rond te lopen zonder richting. En laat uw i-phone dan maar even wit heet van woede achter op de keukentafel.
16/07/2010Storm
Twee dagen geleden stortte voor mijn huis de halve boom naar beneden. In zijn kruin hangen nog wat takken die inmiddels door de zon zijn verdroogd. Nu verwaait er af en toe wat dor blad naar de grond. Voor het eerst in mijn leven zag ik hoe snel en hard wolken kunnen vliegen. Wolken lijken altijd omringd te zijn met iets lieflijks, iets zachts, maar deze wolken hoewel ongetwijfeld zacht, waren dreigend, alsof ze zo alles en iedereen zouden verslinden. Dat deden ze uiteindelijk ook. Caravans en bomen dus. De paarden in mijn wei leken nergens last van te hebben. Die keerden hun kont de wind in en bleven stoicijns staan. Midden in de weide, ver van de bomen. Zo rustig een storm doorstaan, dat is een voorbeeld. Wat er ook gebeurt, blijf staan. Rechtop in de wind.
13/07/2010Perfectie
Uitgezwommen in zee, maar ik wil nog niet boven komen drijven. Alsof het zoute water mij niet loslaat en de golven me keer op keer terugslaan. Hup! De zee in! Het is ook heerlijk toeven in een zee. Tenminste zolang de golven je niet overspoelen. Een roman kan je tenminste dichtslaan als het je teveel wordt. Een zee verdwijnt niet zomaar als je er middenin dobbert. Of is dat niet helemaal terecht? Zijn er niet bepaalde verhalen die ons leven voor altijd kleurden, die nooit meer verdwenen? Ik weet nog precies wanneer ik gegrepen werd door de literatuur. Het verhaal van de Titaantjes. Nescio. En dan die Bavink die er alsmaar niet in slaagde de ondergaande zon zo te schilderen dat het goed was. Ik zie hem zo voor me, en dat terwijl ik geen idee heb welke Bavink Nescio bedacht. Mijn Bavink staat voor een doek dat half is afgeschilderd, hij staart naar die perfecte zonsondergang en vraagt zich hopeloos af hoe hij die kleurschakering op zijn doek terugkrijgt. Hij is vergeten dat het er niet omgaat de ondergaande zon te kopieren, nee hij moet er zijn draai aan geven, zodat de kijker van zijn schilderij door zijn ogen een blik kan werpen op de werkelijkheid. Maar Bavink heeft zichzelf opgesloten in zijn perfectie. En wie zich opsluit in perfectie, creeert uiteindelijk niets. Nescio. Hij krijgt in Noem het liefde ook een stem. Eigenlijk zouden we hem allemaal weer moeten lezen.
05/07/2010Zee
Uitzicht op zee. In de nacht het geluid van de golven. Voor het slapen gaan een oester. Het zout hecht zich aan je lichaam, in je lichaam. Je wordt zee. Je bent zee. Vakantie aan de Noord-Franse kust. Vakantie is weg zijn van al wat is. En in het weg zijn opnieuw ontdekken wat al wat is, precies is. De zon zakt in de horizon weg. Zover ik kan kijken is er zee. Er is bijna niets dat me doet denken aan wat ik enkele dagen vanaf de achterbank uitzwaaide: Noem het liefde. Het ligt nu ergens in een schrijfkamer op enkele honderden kilometers van mij verwijderd. Of bij u thuis op tafel en als ik geluk heb zelfs in uw handen. Voorlopig dein ik mee op de golven en kom zo nu en dan proestend boven drijven. De zee zit vol verrassingen. Het is eigenlijk net een roman. Af en toe rustig kabbelend om je vervolgens woest heen en weer te slaan. Totaal verbijsterd vraag je je af waarom je in godsnaam op die plek komt boven drijven.
02/07/2010Toeval
Gisteren heb ik Noem het liefde overhandigt aan Harm Boukema. Hij verkreeg de doctor’s titel in de filosofie. Harm Boukema schreef een indrukwekkend proefschrift over Russel’s second Paradox. Over verwijzingen in de taal en waar woorden naar verwijzen als ze niet verwijzen naar iets dat in de werkelijkheid bestaat. De koning van Frankrijk bijvoorbeeld. De setting was filmisch. In de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen hadden zich zo ongeveer 15 heren en 1 vrouw in toga opgesteld. Sommigen van hen waren onverstaanbaar, maar des al niettemin oogde zij op en top filosoof. Harm Boukema verdedigde zijn proefschrift bevlogen. Het was eveneens zijn afscheid als filosofiedocent. Een bijzondere combinatie. Immers wie doet het hem nu nog na? Promoveren bij je afscheid? Harm Boukema was ook de eerste die in mij een schrijver zag. Zonder zijn opmerkingen over een werkstuk jaren geleden, had ik misschien nooit de pen opgekapt en mijn gedachten door verhalen laten waaien. ‘Schrijf jij, vroeg hij mij? Ik heb genoten van je werkstuk.’ Dat was genoeg deze schrijver aan het schrijven te krijgen. En zie het resultaat, mijn derde roman is een feit. Soms is het leven een mirakel, een mirakel dat je niet hoeft te begrijpen. Toevallige mensen kunnen je hele levenspad bepalen. Ode aan Harm Boukema!
01/07/2010vandaag 1 juli!
Vandaag is het dan officieel zover. Noem het liefde bestaat voor literair minnend Nederland! En de schrijver zit simpelweg achter haar laptop te werken aan al weer een volgende roman. Ik ben benieuwd wat Noem het liefde teweeg gaat brengen. Het kan rustig kabbelend haar weg vinden of stormachtig rondsuisen. We zullen zien. Vooralsnog schijnt de zon, is het warm en broeien er zelfs in de hitte zinnen voor een nieuw verhaal. Mocht u Noem het liefde een dezer dagen tegenkomen, ik wens u veel leesplezier en groet de personages van mij! En o ja, mocht u zin hebben, op de website van de Libelle (bij de boekenclub) kunt u aangeven wat u van het personage Magda vindt: egoistisch dat ze naar de Zuidpool gaat of zou u zelf ook op expeditie gaan? Ik zou zeggen, lees eerst de roman voordat u tot uw keuze komt. Pas dan weet u enigszins wie Magda Steenhuis is. Een mens maakt immers nooit zomaar een keuze.