Afgelopen zaterdag publiceerde Trouw een opiniestuk van mijn hand over de kunst van het geven in het kader van het moderne Sinterklaasfeest. Daarin stel ik voor dat kinderen voor 5 december geen verlanglijstjes maar geeflijstjes opstellen. Wat hebben zij dit jaar te geven? Wat zouden ze willen geven? En aan wie? Zo wordt ze niet geleerd na te denken over hun verlangens, maar leren zij na te denken over hetgeen ze te geven hebben.
De kunst van het geven fascineert mij al enige tijd. Het is al weer even geleden en ik weet ook niet meer precies de aanleiding maar op een dag besloot ik mij niet meer zozeer te richten op de vervulling van mijn verlangens en hetgeen ik zo graag wilde krijgen maar op hetgeen ik te geven heb. En die misschien op het eerste oog kleine verschuiving van perspectief veroorzaakte een grotere verandering dan ik aanvankelijk had gedacht. De wereld om mij heen bleek ineens een totaal andere inhoud te bevatten terwijl er feitelijk niets aan veranderd was. Niet de wereld was veranderd. Ik was veranderd.
Ik bezag de wereld en de ander niet meer als iets of iemand waar ik iets van kon krijgen, maar als iets waaraan ik kon geven. En dat is een radicaal ander uitgangspunt. Immers het denken in termen van krijgen, is denken in termen van schaarste en tekortkomingen. Het denken in termen van geven, is denken in termen van overvloed. En die overvloed bleek niet in de buitenwereld te liggen of bij succesvolle anderen, maar in mijzelf.
Het duurde even voordat ik er aan gewend was dat overvloed eigenlijk overal aanwezig is, tenminste als je de overvloed wil zien en toe kan laten. Het leven in overvloed betekent een andere houding ten opzichte van de wereld. Bij het denken in tekortkomingen is de ander iemand die het eigen verlangen kan vervullen. Wanneer je denkt in overvloed verandert de ander in iemand aan wie jij iets te bieden hebt. Dat genereert een andere wisselwerking tussen het zelf en de ander. Er ontstaat als het ware meer ruimte tussen het zelf en de ander. De ander is geen middel meer om het ‘ik’ te vervullen, maar iemand waar de ‘ik’ een toegevoegde waarde aan kan leveren. En als de ander dit gevende aspect ook in zich draagt, kun je zo al gevend gezamenlijk tot een meerwaarde komen. Er ontstaat als het ware een ruimte voor het wij, een tussenruimte waarin de ik en de ander tot een gezamenlijkheid komen, iets wat voorheen niet bestond. Je creëert als het ware een vruchtbare wij waar je als individu uiteindelijk ook voldoening en plezier aan beleeft. Niet omdat je verlangen bevredigd wordt maar omdat het je iets schenkt wat voorheen niet bestond. En zo genereert de kunst van het geven een nieuwe overvloed…
In de huidige tijdsgeest waarin het streven naar meer en de behoefte om het eigen verlangen te bevredigen keer op keer bewijst desastreus te zijn, wordt het misschien tijd het denken in termen van tekortkomingen en krijgen te vervangen door het denken in termen van overvloed en geven.
zie ook: Geen verlanglijstje maar geeflijstje verschenen in Trouw, zaterdag 3 december 2011.



Volg Beitske ook via