gebaksvorkje
Een kleine vork heb ik nodig, een gebaksvorkje misschien, waarmee ik voorzichtig prikken kan, alleen ik weet niet waar, wat is er dat geregen wil worden aan de spiesen van mijn vork, zelfs een lieveheersbeestje zou vluchten voor de prikkers van mijn ijzer, maar ach, een boterham met kaas is onschuldig, die weet van niets, tenzij de koe die de melk gaf op het brood begint te blaten, misschien dan toch een onschuldig gebakje, kwarktaart of chocolade, maar hoe onschuldig is de chocolade waarvoor bonen werden geplukt, ach, toe geef mij iets onschuldigs waarin ik prikken kan, gevonden!, een bosbes van de struik, of ben ik dan net de hongerige eekhoorn voor?, ik sluit mijn ogen en val aan op een groteske taart van aardbeien met slagroom, ik sluit mijn gedachten en rijg het eten aan mijn spiesen, eten is oorlog met alles wat op je bord ligt, gelukkig maar dat het een klein vorkje is.