oma
Mijn grootvader zei:
Je eet wat moeder kookt, al is het klaar gemalen kippenstront
Mijn vader zei:
Je moeder heeft gekookt, dus je eet het op
Mijn man zei:
Wat je niet lust mag je laten liggen
Mijn zoon zei:
Wat wil je graag eten, ik maak het voor je
Mijn kleinzoon zei:
Ik weet niet wat het is, ik heb het zo gekocht
Mijn achterkleinzoon vroeg:
Oma, wat is een keuken?