Het schrijven van een roman is net het leven zelf. Totaal onvoorspelbaar. Dacht ik te weten hoe mijn nieuwe roman zo ongeveer zou verlopen, blijkt opeens een ander personage de roman over te nemen en het verhaal een hele nieuwe wending te geven.
Inmiddels ben ik als schrijver een beetje gewend aan dergelijke ontwikkelingen. De eerste keer dat het mij overkwam vocht ik nog maandenlang met het nieuwe en het oude verhaal. Ik kon maar niet begrijpen hoe dat verhaal waar ik al zo lang aan werkte plotseling veranderd werd door een personage dat maar niet wilde wijken en steeds meer ruimte innam.
Nu weet ik dat er niets anders opzit dan me over te geven aan het verhaal dat zich als het ware vanzelf schrijft. Proberen te begrijpen waarom dat gebeurt of proberen grip te krijgen op dat proces werkt altijd averechts. Je verkrampt, je zoekt naar redenen die er niet zijn, je probeert iets te beheersen wat niet te beheersen valt.
Het is als het leven zelf. Wanneer je het leven probeert te begrijpen of volledig te beheersen glipt het echte leven door je vingers heen. Je bent immers alleen gericht op hetgeen je zou willen beheersen. Wil je werkelijk leven dan kun je eigenlijk niets anders doen dan in overgave het onvoorspelbare tegemoet treden. Dat wil niet zeggen dat je willoos bent overgeleverd aan de gebeurtenissen die je overkomen. Zeker niet. Het is nog altijd een keus hoe je je ten opzichte van de stroom van leven verhoudt. En dat kan op allerlei manieren. Je kan er in duiken, je kan meedrijven of je kan rustig met de stroom mee zwemmen.
Maar wat je ook kiest: er tegen in gaan of driftig proberen de stroom voor te blijven put je alleen maar uit, de kans is groot dat je op een zeker moment uitgeput aan de oevers neervalt… onderstaand een kleine gedachte over stromen en springen…


Volg Beitske ook via