Gisteren heb ik Noem het liefde overhandigt aan Harm Boukema. Hij verkreeg de doctor’s titel in de filosofie. Harm Boukema schreef een indrukwekkend proefschrift over Russel’s second Paradox. Over verwijzingen in de taal en waar woorden naar verwijzen als ze niet verwijzen naar iets dat in de werkelijkheid bestaat. De koning van Frankrijk bijvoorbeeld. De setting was filmisch. In de aula van de Radboud Universiteit Nijmegen hadden zich zo ongeveer 15 heren en 1 vrouw in toga opgesteld. Sommigen van hen waren onverstaanbaar, maar des al niettemin oogde zij op en top filosoof. Harm Boukema verdedigde zijn proefschrift bevlogen. Het was eveneens zijn afscheid als filosofiedocent. Een bijzondere combinatie. Immers wie doet het hem nu nog na? Promoveren bij je afscheid? Harm Boukema was ook de eerste die in mij een schrijver zag. Zonder zijn opmerkingen over een werkstuk jaren geleden, had ik misschien nooit de pen opgekapt en mijn gedachten door verhalen laten waaien. ‘Schrijf jij, vroeg hij mij? Ik heb genoten van je werkstuk.’ Dat was genoeg deze schrijver aan het schrijven te krijgen. En zie het resultaat, mijn derde roman is een feit. Soms is het leven een mirakel, een mirakel dat je niet hoeft te begrijpen. Toevallige mensen kunnen je hele levenspad bepalen. Ode aan Harm Boukema!


Volg Beitske ook via